het-pand-2Het fraaie pand met neoclassistische kenmerken aan het sud 13 te Workum kent een rijke geschiedenis.
Het werd gebouwd omstreeks 1770 en heeft sindsdien vele bestemmingen gekend: herberg, wethouderswoning, limonadefabriek Hotze Zijlstra, sigarenhandel Bergsma, antiekwinkel, Slavenburgbank, fotozaak Steggerda en thans Galerie De Vereeniging.
De heer Minte de Jong uit Workum is de geschiedenis van het pand ingedoken en het resultaat daarvan is gepubliceerd in de Friso. Hieronder is dit artikel in zijn geheel weergegeven.

De geschiedenis van Sud 13

Op 1 april jongstleden is op Süd 13 een nieuwe galerie, galerie ‘De Vereeniging’ van start gegaan. Eigenaars en bewoners van het pand zijn Hélène van de Vijver-Reenalda en Jos van de  Vijver. Zij is werkzaam als jeugdarts bij de GGD Fryslân, hij heeft een eigen -landelijk werkend- advocatenkantoor. Zij stellen kunstenaars in de gelegenheid in hun galerie te exposeren. Elke vrijdag, zaterdag en zondag staat de deur wagenwijd open. Met de keuze voor de naam ‘De Vereeniging’ willen de echtelieden aangeven dat zij als professioneel arts en advocaat zich met dezelfde professionaliteit willen richten op een succesvolle exploitatie van hun galerie. Eén en ander was voor mij aanleiding om eens wat meer over Süd 13 aan de weet te komen en daarvan in dit artikel verslag te doen.

Een ‘groot huis’.

Süd 13/15 was tot 1842 één huis, met één kadastraal nummer. In dat jaar werd het in drieën gedeeld met drie kadastrale nummers en ook drie huisnummers. Vaak ook met drie verschillende eigenaars. In de loop van de 20ste eeuw werden het linker en midden deel van het pand weer samengevoegd (Süd 13). Het midden deel van de voorgevel van Süd 13/15 is neo-classicistisch. Deze bouwstijl is omstreeks 1775 vanuit het buitenland naar Nederland overgewaaid. De voorgevel zou dus op zijn vroegst uit het laatste kwart van de 18de eeuw kunnen zijn. Nu zegt dat nog niet zo veel over de ouderdom van het huis. Vroeger werden in Workum wel vaker voorgevels afgebroken om weer in een nieuwe bouwstijl te worden opgetrokken. Het stadhuis had vroeger (vóór 1725) ook een trapgevel. Op de plattegrond van Schotanus uit 1664 is de huizenrij ter plaatse van Süd 13/15 onderbroken (zie de hierbij afgedrukte plattegrond). Wel staat ter hoogte van deze onderbreking, op enige afstand van de straat, een huis. Op de kadastrale kaart van 1832 staat Süd 13/15 op zijn huidige plaats. Ergens tussen 1664 en 1832 moet Süd 13/15 dus zijn gebouwd. Wanneer precies is moeilijk te zeggen. Het huis- en woonregister van 1778 geeft misschien een aanwijzing. Daar staat, voor het eerst, achter de naam van de eigenaar de opmerking: ‘groot huis’ (in 1790: ‘groot huis en stal’). Met de invoering van het neo-classicisme in Nederland omstreeks diezelfde tijd (zie hiervoor) zou Süd 13/15 dus best eens uit de jaren 70 van de 18deeeuw kunnen zijn.

Eigenaars en bewoners.

Het noemen van alle eigenaars en bewoners zou in het bestek van dit artikel te ver voeren. Ik noem slechts de belangrijkste.

Er voorzichtig van uitgaande dat Süd 13/15 in de 70er jaren van de 18de eeuw is gebouwd, was de eerste eigenaar en bewoner Herman van Sloterdijk.  Hij was van 1755 tot aan zijn dood in 1779 vijf keer, telkenmale voor de duur van vier jaren, burgemeester van Workum *). Gedurende de vrij korte perioden dat hij geen burgemeester was, maakte hij deel uit van de vroedschap. Zijn benoeming in de vroedschap geeft wel een aardig beeld hoe dat in die tijd toeging. Op 2 december 1755, in de vergadering van ‘De Edele Agtbare Magistraat en gesamentlijke vroedschap’, neemt Frederik van Sloterdijk zijn ontslag als lid van de vroedschap. Hij maakte daarmee plaats voor zijn zoon Herman, die voor deze functie was aanbevolen door ‘Hare Koningklijke Hoogheit, de vrouwe gouvernante, Stadhouderse van deze provincie’. Alvorens Frederik van Sloterdijk de raadzaal verliet, wenst hij dat ‘de Hemel alle zeegeningen over de persoonen en familien van de gesamentlijke leeden wil uitstorten, en voorts alle hare deliberatien doen gelukken tot welweesen van Stadt ende ingesetenen’. Nadat Frederik van Sloterdijk de raadszaal had verlaten, wordt zijn zoon Herman naar het stadhuis geroepen en zonder stemming benoemd tot lid van de vroedschap. Frederik van Sloterdijk (1681-1767) werd tussen 1730 en 1740 eigenaar en bewoner van het huis, dat achter het latere Süd 13/15 stond. Hij was meerdere malen burgemeester van Workum. Hij is afgevaardigde van Friesland in de Staten Generaal geweest. Ook was hij enige jaren lid van de Raad van State. Ook Herman van Sloterdijk is gedeputeerde in de Staten van Friesland geweest. De erven van hem zijn tot 1791 eigenaar van Süd 13/15.

*) Workum had in die tijd 8 burgemeesters, de vroedschap bestond uit 24 leden. Elk jaar werden twee burgemeesters vervangen door twee nieuwe uit de vroedschap. De twee aftredende burgemeesters werden weer lid van de vroedschap. Het laatste kwart van de 18de eeuw  (tot aan de Franse tijd (1795)) bestond magistraat en vroedschap uit 4 respectievelijk 16 leden. In die tijd kon men namelijk moeilijk mensen voor die functies krijgen.

Petrus Camper woonde van 1782 tot 1789 op Süd 13/15. In 1782 wordt hij, op aanwijzing van prins Willen V, gekozen tot burgemeester van Workum. Petrus Camper wordt in 1750 hoogleraar in de anatomie, chirurgie en natuurfilosofie te Franeker, in 1755 te Amsterdam. In 1761 vestigt hij zich op het landgoed Klein Lankum bij Franeker om zich geheel aan de wetenschap te kunnen wijden. Toch aanvaardt hij in 1763 nog een hoogleraarschap te Groningen. In 1773 keert hij terug naar Friesland en wordt Statenlid. Op het eind van zijn leven wordt hij lid van de Raad van State. Petrus Camper was vurig oranje gezind. Er zijn veel anekdotes van hem in omloop. Ik vertel u er één. Jelmer van der Zee, op het eind van de 18de eeuw één van de rijkste mannen in Workum, woonde in die tijd op It Sylspaed nr 7. Op een dag krijgt hij bezoek van professor Petrus Camper. Na te zijn rondgeleid in zijn huis vraagt Jelmer: “Wat denkt er professor van?“. “Mij dunkt” zegt Camper “dat de beesten hier beter zijn gelogeerd dan de mensen!” Dat was niet erg complimenteus. Wist u overigens dat een aantal fraaie tegeltableaus uit dit huis tot voor kort nog waren te bewonderen in de Waag?

Lamoraal Albertus Eamilius Sluijterman wordt in 1792 eigenaar en bewoner van Süd 13/15. Hij is dan commies van ’s Lands middelen voor het kwartier Westergo. In het huis is naast het woongedeelte ook een stal en een wagenhuis. Tijdens de Bataafse Revolutie van 1795 wordt de oranje gezinde Sluijterman door de patriotten gevangen gezet en voor onbepaalde tijd uit Workum verbannen. Op 16 juli 1811, de Republiek is inmiddels bij Frankrijk ingelijfd, wordt hij benoemd tot lid van de Municipale Raad (gemeenteraad). De tegenstellingen tussen oranje gezind en patriot zijn dan allang verdwenen. De Municipale raad bestond toen uit 20 leden. De burgemeesters (3) werden maire en adjunct maires genoemd.  Op 4 januari 1814, de Fransen zijn inmiddels uit ons land verdwenen, worden de Maire, de adjunct Maires en de leden van de Municipale Raad op de ‘meest honorabele wijze uit der zelver functien ontslagen’. Diezelfde dag nog worden 4 burgemeesters en een gemeenteraad bestaande uit 12 leden benoemd. Sluijterman is één van de raadsleden. In 1816 verandert de samenstelling van het college van burgemeesters en gemeenteraad weer, nu bestaande uit 3 burgemeesters en 10 gemeenteraadsleden. Sluijterman maakt enige malen deel uit van het college van burgemeesters. Op 18 december 1816 doet hij aangifte van de geboorte van zijn zoon Albertus Eamilius Seino. In de geboorteacte staat dat Sluijterman dan inspecteur der directe belastingen is. Albertus E.S. Sluijtermanzal zich later (in 1843) in Workum vestigen als huisarts. Bij Zijne Majesteits Besluit van 8 april 1824 wordt het college van 3 burgemeesters vervangen door een college van Burgemeester (1) en Wethouders (2).  Sluijterman is in dit college één van de wethouders. Lamoraal A.E. Sluijterman was gehuwd met Janke van Hettinga Tromp.

Na Sluijterman wordt de uit ‘Pekel A’ (Gr) afkomstige apotheker Johannes Wiardus Meijer eigenaar van Süd 13/15. Hij zal de grote tuin achter het huis wel gebruikt hebben als kruidentuin, Pillen en poeders werden in die tijd door de apotheker zelf samengesteld. Meijer is niet de enige bewoner van het grote huis. Aanvankelijk woont daar ook nog bij in de weduwe Sluijterman, verder o.a. de NH predikant Lambertus Tiddens en de vrederechter Mr. Schik Viëtor. Over de laatste kom ik nu te spreken.

Mr. P.A. Schik Viëtor was naast vrederechter ook commandant van de plaatselijke schutterij. Tijdens een vergadering van de schuttersraad in het stadhuis kwam het tot ongeregeldheden. ‘In de vergadering van B & W van den 29ste Januari 1848 is ter tafel gebracht en gelezen een relaas van het voorgevallene in den schuttersraad gehouden den 27ste dezes aangaande het gedrag van de Heer kapitein Commandant der dienstdoende schutterij Mr P.A. Schik Viëtor en den 2de luitenant de Heer G.L. Karsten gedurende den avond en nacht van de 27ste en 28ste dezes, als hebbende zich aan verregaande ongeregeldheden ten raadhuize dezer stad schuldig gemaakt(waarbij zelfs de degens getrokken werden)  hetwelk ook des morgens aan de vergaderzaal zigtbaar was’. Schik Viëtor wordt door de gemeenteraad gedwongen een request bij Zijne Majesteit de Koning in te dienen waarin hij zijn ontslag als kapitein commandant der dienstdoende schutterij van de stad Workum verzoekt.             

Voordat ik verder ga, moet ik  eerst nog iets zeggen over de huisnummering. Voor 1810 hadden de huizen geen nummer. Nadien had Süd 13/15 het huisnummer wijk B nr 58. In de 40er jaren van de 19de eeuw wordt Süd 13/15 gesplitst in drie woningen. Aanvankelijk blijven ze alle drie nummer B 58 houden. In 1857 wordt dat B 58, B 58a en B 58b. Dat blijft zo tot 1880. Dan worden deze nummers gewijzigd in B 68, B 69 en B 70. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw worden B 68 en B 69: Süd 13 en wordt B 70: Süd 15 (tegenwoordig ‘De Witte Herberg’).

In 1843 vestigt Theodorus Petrus Albada Jelgersma (* 18/10 1810 te Bolsward) zich als  huisarts in Workum. Zijn beroep wordt verschillend aangeduid: aanvankelijk met ‘genees-, heel- en vroedmeester’, later met ‘plattelandsheelmeester, vroedmeester en apotheker’. Inmiddels is Süd 13/15 gesplitst in drie woningen. Albada Jelgersma koopt In 1850 voor ƒ1200 B 58a ( met de neo classicistische façade) van Johannes Wiardus Meyer. Bij zijn 40 jarig jubileum als huisarts krijgt Albada Jelgersma van de stad een zilveren tabakspot met de volgende inscriptie: “Uit achting en waardering door den Raad der gemeente Workum den 16 juli 1883 vereerd aan den Weled. Heer T.P. Albada Jelgersma ter gelegenheid van zijn 40 jarig verblijf als geneesheer in die gemeente’.  Albada Jelgersma overlijdt in 1898, 87 jaar oud. De koopman Bauke Sjoerds Gaastrais de volgende eigenaar van B 58a (toen B 69).

In 1906 koopt Hotze Zeijlstra  B 68 . Gerrit van Terwisga is dan eigenaar en bewoner van B 69. Hotze Zeijlstra is op 6 september 1864 in Workum geboren. In 1884 wordt hij benoemd tot  onderwijzer aan de school voor kosteloos onderwijs. In 1905 neemt hij ontslag. Zijn gestel laat het niet toe deze bettrekking nog langer uit te oefenen. In de grote schuur achter het huis (waar nu Klaas Nicolay woont) begint hij een fabriek voor limonadesiropen en alcoholvrije likeuren. Later heeft hij ook nog een drogisterij (op Süd 21). Hotze Zeijlstra was een druk bezet man. Hij vervult een respectabel aantal bestuursfuncties, o.a secretaris van de Heidenschapster Veenpolder. Hij is directeur van een vijftal muziekkorpsen in Workum en omgeving. In de herfst- en wintermaanden is hij bijna elke avond op pad om met zijn korpsen te oefenen. Het kon bijna niet anders, Hotze Zeijlstra wordt ‘Eerelid van de Friessche Bond van Harmonie- en Fanfarekorpsen’. Hotze Zeijlstra overlijdt op 27 december 1926 in het Diaconessenhuis te Leeuwarden. De Friso gedenkt hem als een trouw verslaggever en correspondent. Zijn zoon Auke Zeijlstra (* 18 april 1890) trouwt met Anna van der Meulen uit Enkhuizen en gaat daar aanvankelijk ook wonen. In 1919 vestigen zij zich in Workum. Zij worden dan eigenaar van Süd 13 (B 68 en B 69) en beginen in het pand een winkel voor wijnen en rookwaren. Auke neemt de ‘limonadefabriek’ van zijn vader over. Zijn ‘knikkertjesbier’ (limonade gazeuse) was een begrip in Workum (In de fles zat een knikker).

Jan Ferdinand Bergsma uit Makkum neemt In 1944 het bedrijf van Auke Zeijlstra over. Bergsma maakt er een groothandel in limonade en tabakswaren van. Een pakje sigaretten kon je er niet kopen, wel een slof.

Na een lange leegstand vestigt eind 1972 Slavenburgs Bank zich in Süd 13. Klaas Nicolay wordt beheerder van de bank. De buurvrouw van Süd 15, Aukje van Lewe, vindt het maar niks. Om haar eethuis niet op een deel van de bank te laten lijken, schildert zij de voorgevel van haar huis paars. In die tijd waren er nog meer banken in Workum: ABN bank (waarin opgenomen Kingma’s bank), Rabobank, Friese Bondsspaarbank van 1817, Frieslandbank en Amrobank. Ook op het Postkantoor in de Begine (waar nu het nieuwe gemeentehuis staat) kon je geldzaken regelen. Credit Lylonnais neemt In 1982 Slavenburgs Bank over.

Na nog geen half jaar houdt Credit Lylonnais het voor gezien en na enkele jaren antiek (van Hofman), begintWillem Steggerda op Süd 13 een fotozaak. Renée  Zuidema zet later, onder dezelfde firmanaam, de fotozaak voort. Nu, na al weer een jaar of vier leeg te hebben gestaan, hebben Hélène en Jos van de Vijver Süd 13 overgenomen. Hiermee beëindig ik mijn historische terugblik op de eigenaars en bewoners.

het-pandRest nog een voor vele Workumers prangende vraag: stond de ‘Inthiemastins’, of ook wel ´Inthiemahuis´ genoemd, op de plaats van Süd 13/15? Nee!! Volgens het huis- en woonregisters van 1695 en eerder woonde de ‘Edele Heer Inthiema’ in het vierde of vijfde huis - een ‘groothuis’ genoemd - zuid van Süd 13/15. Dit ‘groothuis’ moet dus hebben gestaan op de parkeerplaats van voorheen Super De Boer. Het ‘groothuis’, de stins, is omstreeks 1650 gebouwd en waarschijnlijk in 1726 afgebroken. Of de oude Intiemastins, ook wel ‘Inthiema Dwanck’ genoemd op dezelfde plaats heeft gestaan, is niet bekend. Deze stins is door stadhouder Schenk van Toutenburg in 1523 verwoest. Het puin van de ruïne is omstreeks 1565 afgevoerd naar Danzig (het tegenwoordige Gdansk in Polen).

Tot slot: als er in de toekomst nog eens naar nieuwe straatnamen wordt gezocht, is wellicht een goeie: Frederik van Sloterdijkstraat en/of Petrus Camperstraat.

Minte de Jong.